Ik ben alcoholist

Al mijn hele leven hebben drank en ik een haat-liefde verhouding. Dit begon al in de puberteit waar ik onder het dak van ons gezellige, warme jaren dertig huis, genoot van mijn eerste drankjes, terwijl de klanken van Bruce Springsteen’s ‘I’m on fire’ uit de speakers kwamen. Drank was een gegeven bij ons thuis. Van de Grolsch pijpjes en de bloedrode Campari met ijs van mijn vader, tot de donkerrode filmende glazen Marques de Cáceres die mijn moeder karakteriseerde. Je zou in mijn geval kunnen vaststellen dat drank ‘er met de paplepel is ingegoten.’ Terwijl mijn ouderlijk huis – en zo ook de drank die erbij hoorde – in mijn associatie nog steeds staat voor gezelligheid, leidde mijn drankgebruik al vroeg tot de nodige problemen. Zo kwam ik in zwaar beschonken toestand na een discoavond zo zwaar ten val, dat ik meerdere tanden verloor en een behoorlijk gehavend gezicht had. Bij thuiskomst de volgende dag zag ik mijn moeder al door de ramen van de woonkamererker haar handen voor de mond slaan toen ze mijn brakke gehavende verschijning het tuinhekje zag openen.

 

Bob Offereins 1986 –  nog geen 2 jaar oud – 

Dit drankgebruik werd in mijn studententijd later, zeker niet minder. Ik ging al vroeg zelfstandig wonen en versleet menig wilde avond met mijn vrienden waarbij we de nodige hoeveelheid drank tot ons namen. Toen ik na mijn afstuderen ging werken, ontstond er meer regelmaat en focus op gezondheid en sport. Ik dacht na over gezond eten en bracht als twintiger al vele uren sportend door. Toch bleef ik de afgelopen tien jaar regelmatig teveel drinken, vele avonden zelfs meer dan 15-20 glazen drank op een avond. Regelmatig ZO veel, dat ik de volgende dag begon met een flinke kater en me niet meer goed kon herinneren waar de avond ervoor zich had afgespeeld of met wie er allemaal gesproken was. Echt problematisch vond ik deze fijne roes tot voor kort echter niet.

And I said to my body softly, I want to be your friend. It took a long breath and replied, I have been waiting my whole life for this.’

–     Nayyirah Waheed

In mijn eigen leven en werk met persoonlijke ontwikkeling merk ik steeds vaker dat dit de kern raakt van ons bestaan. Dat alle gevoelens en gedachten over jezelf in relatie met anderen bepaalt wordt vanuit de liefde voor jezelf. Dat wat jij doet goed genoeg is. Hiermee neem ik overigens niet weg dat je absoluut de lat hoog mag leggen, het uiterste uit jezelf mag halen en mag dromen. Tegelijkertijd wil ik je meegeven dat je goed moet zorgen voor jezelf en wat jij belangrijk vindt. Doe je het omdat jij je er goed bij voelt of omdat je denkt dat het moet? Wat levert het je op? Zorg je eerst voor jezelf en dan pas voor de ander? Kun je ook aan jezelf geven net als je dat doet aan die ander?

Al mijn hele leven hebben drank en ik een haat-liefde verhouding. Dit begon al in de puberteit waar ik onder het dak van ons gezellige, warme jaren dertig huis, genoot van mijn eerste drankjes, terwijl de klanken van Bruce Springsteen’s ‘I’m on fire’ uit de speakers kwamen. Drank was een gegeven bij ons thuis. Van de Grolsch pijpjes en de bloedrode Campari met ijs van mijn vader, tot de donkerrode filmende glazen Marques de Cáceres die mijn moeder karakteriseerde. Je zou in mijn geval kunnen vaststellen dat drank ‘er met de paplepel is ingegoten.’ Terwijl mijn ouderlijk huis – en zo ook de drank die erbij hoorde – in mijn associatie nog steeds staat voor gezelligheid, leidde mijn drankgebruik al vroeg tot de nodige problemen. Zo kwam ik in zwaar beschonken toestand na een discoavond zo zwaar ten val, dat ik meerdere tanden verloor en een behoorlijk gehavend gezicht had. Bij thuiskomst de volgende dag zag ik mijn moeder al door de ramen van de woonkamererker haar handen voor de mond slaan toen ze mijn brakke gehavende verschijning het tuinhekje zag openen.

Dit drankgebruik werd in mijn studententijd later, zeker niet minder. Ik ging al vroeg zelfstandig wonen en versleet menig wilde avond met mijn vrienden waarbij we de nodige hoeveelheid drank tot ons namen. Toen ik na mijn afstuderen ging werken, ontstond er meer regelmaat en focus op gezondheid en sport. Ik dacht na over gezond eten en bracht als twintiger al vele uren sportend door. Toch bleef ik de afgelopen tien jaar regelmatig teveel drinken, vele avonden zelfs meer dan 15-20 glazen drank op een avond. Regelmatig ZO veel, dat ik de volgende dag begon met een flinke kater en me niet meer goed kon herinneren waar de avond ervoor zich had afgespeeld of met wie er allemaal gesproken was. Echt problematisch vond ik deze fijne roes tot voor kort echter niet.

Ik voelde ineens zo intens, mijn god wat voelde ik

In deze honderd-twintig maanden, stopte ik slechts enkele keren een maand met drinken. Een paar maanden geleden deed ik dit weer. Waarom ik dit telkens doe, weet ik eigenlijk niet zo goed. Besef ik ergens in mijn onderbewuste dat mijn drankgebruik niet gezond is en dat vele uren sportend en gezond etend doorbrengen er echt niet tegenop kunnen? Was het dat ik weer ECHT wilde voelen zoals ik me afvroeg? Of was het meegaan in het modeverschijnsel wat steeds vaker de kop op steekt? Hoe dan ook, deze keer veranderde er iets. Op elke golflengtes van mijn bewustzijn kwamen prikkels keihard binnen. Moeilijke momenten, zoals drukte in de community area op kantoor met alle stemmen en door elkaar lopende mensen. Maar vooral ook mooie en krachtige ervaringen zoals een gevoelig klassiek pianostuk van Bach, geuren en kleuren in mijn omgeving. Ik kon weer langer aandachtig luisteren, beter onthouden en de creativiteit en scherpte in mijn werk vloeide rijkelijk. Ineens nam ik weer echt bewust waar, alsof er laaghangende mist optrok en ik keek naar een prachtig heldergroen landschap met een strakblauwe kraakheldere lucht. Een prachtige gevoelservaring met als kleine keerzijde een snellere vermoeidheid en gevoel van ‘overweldigd zijn.’ Ik voelde ineens zo intens, mijn god wat voelde ik. Had de alcohol dan toch de afgelopen maanden, misschien wel jaren de scherpe kantjes eraf gehaald?

 

Bob Offereins 1997

 

Van gelegenheidsdrinker tot alcoholist

Na een van deze vele gesprekken, stuurde een vriendin me op een dag een artikel van Erik Jan Harmens door, ‘Eenzaamheid is voor mietjes’ (TROUW 2017). In de lijn der verwachting met mijn nieuwe gevoelsstaat, kwam dit artikel keihard binnen. Harmens bleek recent ‘Hallo Muur’ te hebben geschreven, waarin hij zijn ervaringen deelt rondom leven en de bepalende rol van zijn drankverslaving. Hoe hij van ‘gelegenheidsdrinker’ veranderde in een alcoholist. Ik las dit boek, op vele momenten overmand door emotie, in een ruk uit. Het was een -weliswaar alcoholvrij, melancholisch en toch op momenten grappig – feest der herkenning.

Van gelegenheidsdrinker tot alcoholist

Erik Jan Harmens, ‘foto: An-Sofie Kesteleyn’

Na een van deze vele gesprekken, stuurde een vriendin me op een dag een artikel van Erik Jan Harmens door, ‘Eenzaamheid is voor mietjes’ (TROUW 2017). In de lijn der verwachting met mijn nieuwe gevoelsstaat, kwam dit artikel keihard binnen. Harmens bleek recent ‘Hallo Muur’ te hebben geschreven, waarin hij zijn ervaringen deelt rondom leven en de bepalende rol van zijn drankverslaving. Hoe hij van ‘gelegenheidsdrinker’ veranderde in een alcoholist. Ik las dit boek, op vele momenten overmand door emotie, in een ruk uit. Het was een -weliswaar alcoholvrij, melancholisch en toch op momenten grappig – feest der herkenning.

Stoppen voor onbepaalde tijd

Kort na het lezen van het boek van Harmens, heb ik besloten om ‘voor onbepaalde tijd’ (Harmens, Hallo Muur 2017) te stoppen met drinken. Daarnaast is het feit dat jij nu mijn verhaal leest, het bewijs dat ik het heb gedurfd om mijn innerlijke strijd te delen. Het werd tijd, om uit de kast te komen als iemand die geen maat kan houden met het drinken van alcohol. Aan het schrijven van dit artikel zijn vele gesprekken met vrienden, collega’s en anderen voorafgegaan. Ook heb ik wetenschappelijke onderzoeken en krantenartikelen gelezen en TEDtalks gekeken om dit fenomeen in de samenleving en misschien ook in mezelf beter te leren begrijpen. Zo ben ik er inmiddels achter, dat ik niet alleen ben! En dat is een opluchting. Zo schreef niet alleen Erik Jan Harmens over zijn haat-liefde verhouding met het vloeibare goedje, Ook Tanja van Bergen schreef hier eerder over in haar artikel ‘Ik drink niet meer. Hou er toch over op’ (NRC 2016). Ook van Bergens artikel was herkenbaar, vanwege de vele uitspraken van mensen in je sociale cirkel. Nu als niet drinker, ben ik -zeker op een feestje- benadert men me als een zeldzame ongeziene diersoort. Je moet het toch altijd uitleggen en krijgt dan regelmatig opmerkingen als ‘dan drink je toch gewoon wat minder?’ of delen feestgangers met me: ‘Ik heb na een paar wijntjes toch altijd wel genoeg dan neem ik even lekker een frisje.’ Tja, als dat voor mij zou werken, dan deed ik het wel.

Misschien je partner, je beste vriend, een van je ouders

Net als van Bergen geloof ik, dat wanneer alcohol nu uitgevonden zou worden, het tot de familie van de harddrugs zou behoren. Ik bén namelijk alcoholist, een van de 1,5 miljoen Nederlanders (bron: Rijksinstituut voor de volksgezondheid). die met deze vorm van ‘harddrugs’ geen maat kan houden. Mijn vele research leert me, dat we als kikkerlandje, op nummer drie staan op de wereldranglijst van zware drinkers (met boven ons alleen de Ieren en Denen). Een probleemdrinker is dus dichterbij dan je denkt. Met de steeds hogere eisen die we aan ons privé- en werkende leven stellen, toename in Social Media stress en de steeds toenemende hectiek van alledag verdoof jij misschien wel eens wat hier en daar. Of nee, misschien jij niet, maar ongetwijfeld dus iemand in je naaste omgeving die met alcohol de scherpe kantjes eraf haalt. Misschien wel je partner, je beste vriend, een van je ouders of collega’s. Velen in mijn eigen sociale cirkel wisten of wilden niet weten dat voor mij dit probleem groter aan het worden was. Ook dank ik achteraf nog diegenen die me wel hebben durven aanspreken, al is het iets wat ik toen, niet heb kunnen zien.

Ik houd van mijn beschonken vrienden

Omdat goed voorbeeld doet volgen, begin ik zelf met de oplossing. Ik ben voor onbepaalde tijd gestopt met drinken. Eerlijkheidshalve, wil ik delen dat ik na mijn sobere maand heel even weer gedronken heb. Dit beviel me zo slecht dat ik nu stop voor onbepaalde tijd. Dat voelt als een bevrijdend, spannend en ook eng avontuur. En begrijp me niet verkeerd, ik ben absoluut geen voorstander van een samenleving vol geheelonthouders. Ik houd van mijn beschonken vrienden op feestjes en van de gekke verhalen. Ik houd van de drank bij momenten en met mate. Ken je echter iemand of ben je iemand die mijn verhaal herkent, dan daag ik je uit om met me mee op avontuur te gaan en wie weet wat je allemaal voor moois zult voelen, horen, zien en ruiken. Daarnaast wil ik de ouders van deze wereld op het hart drukken dat ze hun kinderen meegeven dat drank iets is om voorzichtig mee om te gaan. Vroeg beginnen met drinken kan de basis leggen voor verslavingsgevoeligheid (BRON: Jellinek kliniek 2017). Ik weet uit ervaring dat je kinderen niet 24 uur per dag in de gaten kunt houden, dit neemt echter niet weg dat ‘bewust’ voorbeeld doet volgen.

‘Last but not least’, wanneer je mij onverhoopt tegenkomt op een feestje en me glimlachend ziet nippen van mijn gras-groene flesje Grolsch 0.0%, start dan het gesprek niet met de vraag waarom ik niet drink en ‘of-ik-er-niet-gewoon-eentje-kan-nemen,’ maar besef je dat ik even voor een placebo heb gekozen en laat me je eens vertellen over mijn jeugd. Over hoe ik neerplofte op de aubergine-kleurige leren bank bij mijn ouders, in dat fijne jaren dertig hoekhuis.

Door: Bob Offereins
Coach, trainer en therapeut

Gerelateerde berichten

Pijn=Fijn

Het is een mooie zomerdag en je bent zeven jaar oud. Hijgend ren je -zonder te kijken - de straat over, keihard achter een bal aan die door een van je vriendjes richting doel geschopt is. Je mist net een losliggend stuk steen en gaat onderuit. Onmiddellijk bereikt een...

Wat ‘Prince of Persia’​ me leerde over strijden

Het is 1992, ik zit achter onze 386 PC bij mijn ouders thuis. Mijn broertje Freek en ik spelen ´Prince of Persia´; een spel meegebracht op floppydisks door mijn vader. Het spel komt uit 1989 en heeft een voor die tijd mooie en spannende uitstraling. We gaan snel door...

Het wacht virus

Het is 2014 en ik ben werkeloos. De maanden ervoor heb ik me kapot gewerkt om de baan als jobcoach die ik had te behouden. Mijn senior collega die me moest beoordelen gaf groen licht, de leidinggevende kiest toch voor rood. Drie maanden heb ik nodig om van deze klap...

Alles is (zelf)liefde

In mijn eigen zoektocht en die van de mensen die ik begeleid komt het steeds als een rode draad terug: zelfliefde. Een groot cliché; ‘alleen als je van jezelf kunt houden kun je dit ook van een ander.’ Toch is het niet voor niets een cliché en voelt meer zelfliefde...

Ik ben alcoholist

Al mijn hele leven hebben drank en ik een haat-liefde verhouding. Dit begon al in de puberteit waar ik onder het dak van ons gezellige, warme jaren dertig huis, genoot van mijn eerste drankjes, terwijl de klanken van Bruce Springsteen's 'I'm on fire' uit de speakers...

Alles is (zelf)liefde

In mijn eigen zoektocht en die van de mensen die ik begeleid komt het steeds als een rode draad terug: zelfliefde. Een groot cliché; ‘alleen als je van jezelf kunt houden kun je dit ook van een ander.’ Toch is het niet voor niets een cliché en voelt meer zelfliefde...

Het wacht virus

Het is 2014 en ik ben werkeloos. De maanden ervoor heb ik me kapot gewerkt om de baan als jobcoach die ik had te behouden. Mijn senior collega die me moest beoordelen gaf groen licht, de leidinggevende kiest toch voor rood. Drie maanden heb ik nodig om van deze klap...

Ik ben alcoholist

Al mijn hele leven hebben drank en ik een haat-liefde verhouding. Dit begon al in de puberteit waar ik onder het dak van ons gezellige, warme jaren dertig huis, genoot van mijn eerste drankjes, terwijl de klanken van Bruce Springsteen's 'I'm on fire' uit de speakers...

Pijn=Fijn

Het is een mooie zomerdag en je bent zeven jaar oud. Hijgend ren je -zonder te kijken - de straat over, keihard achter een bal aan die door een van je vriendjes richting doel geschopt is. Je mist net een losliggend stuk steen en gaat onderuit. Onmiddellijk bereikt een...

Wat ‘Prince of Persia’​ me leerde over strijden

Het is 1992, ik zit achter onze 386 PC bij mijn ouders thuis. Mijn broertje Freek en ik spelen ´Prince of Persia´; een spel meegebracht op floppydisks door mijn vader. Het spel komt uit 1989 en heeft een voor die tijd mooie en spannende uitstraling. We gaan snel door...